Logo
 

Lenzen- of spiegelkijker?


Logo

Een telescoop moet twee dingen doen: het beeld vergroten, maar vooral ook veel licht opvangen. Hoe meer licht de kijker opvangt en in ons oog bundelt, des te zwakkere sterren en nevels kunnen wij zien. Dat opvangen van sterlicht gebeurt met het objectief. Lenzenkijker Dat kan een bolle lens zijn of een holle spiegel. Beide hebben dezelfde optische werking: vergelijk maar eens een (bol) vergrootglas met een (holle) scheerspiegel.

< Een eenvoudige lenzenkijker op een parallactische montering

Het objectief bundelt het opgevangen licht en vormt in het brandvlak een klein beeld van het object dat we waarnemen. Bij een fototoestel zit in het brandvlak de film om het beeld op vast te leggen. Bij een telescoop gebruiken we een extra 'vergrootglas' (oculair) om dit kleine beeld sterk vergroot te kunnen waarnemen. Voor lenzen geldt echter dat één enkele lens nooit een zuiver beeld geeft: net als bij een prisma en een regenboog wordt wit licht gebroken in verschillende kleuren. Om deze kleurfout op te heffen, moeten meerdere lenzen worden gecombineerd tot één systeem. Dat noemen we een achromatisch objectief. Een lensobjectief bestaat uit tenminste twee lenzen. De veel duurdere apochromatische of halfapochromatische objectieven bestaan vaak uit meer dan twee lenzen, waarbij gebruik wordt gemaakt van speciale glassoorten met een hogere brekingsindex om de kijkers korter te kunnen maken.

Bij een spiegelobjectief worden alle lichtstralen, ongeacht hun kleur, op dezelfde manier gereflecteerd. Een spiegelkijker heeft dus geen last van kleurfouten. Bovendien is een spiegel goedkoper te maken dan een even groot lensobjectief: voor een spiegel hoeft maar één oppervlak geslepen te worden, maar voor een lensobjectief tenminste vier! Toch is een spiegelkijker niet per se beter dan een lenzenkijker. Om het beeld van een spiegelkijker te kunnen waarnemen, is een hulpspiegel nodig die het beeld buiten de kijkerbuis brengt. Deze extra spiegel zit dus in de lichtweg en houdt wat licht tegen. Bovendien kunnen scherpte en contrast van het beeld nadelig worden beïnvloed.Newtonkijker

In de praktijk blijkt dat waarnemers kiezen voor de kijker die het beste past bij wat ze willen zien. Lenzenkijkers geven een hoog contrast en zijn geliefd bij planeetwaarnemers. Spiegelkijkers van dezelfde prijs kunnen een grotere diameter hebben. Daardoor vangen ze meer licht op en dat maakt ze veel geschikter om lichtzwakke neveltjes mee te bekijken. Maar u kunt er ook best planeten mee waarnemen.

Ook andere overwegingen kunnen een rol spelen. Een lenzenkijker heeft een afgesloten buis. Er kan moeilijk stof inkomen en de kijker is betrekkelijk onderhoudsvrij. Veel spiegelkijkers, zoals de populaire Newtontelescoop, hebben een open kijkerbuis. Enig onderhoud is dan regelmatig nodig.

Een spiegelkijker van het Newtontype gebruikt een vlakke spiegel die onder een hoek van 45 graden in de lichtweg staat, om het beeld naar de oculairhouder te brengen, die bovenaan de kijkerbuis is geplaatst. >

Naast de Newtonkijker zijn er diverse andere soorten spiegelkijkers. Deze gebruiken meestal een bolle vangspiegel om het licht terug te kaatsen, waarbij het licht door een gat in de hoofdspiegel, achterin de kijkerbuis, weer naar buiten kan komen. Het bekendste voorbeeld daarvan is de Cassegraintelescoop. Vaak wordt er voorin de kijker nog een extra lens geplaatst, die bedoeld is om beeldfouten van het spiegelsysteem op te heffen. Dit soort systemen heten catadioptrisch. Voordeel van deze type kijkers is dat de kijkerbuis weer stofvrij is afgesloten. Een nadeel is dat ze nogal prijzig zijn. Onderstaande figuur toont verschillende kijkertypes.



Website ontwikkeling: Edwin Mathlener
© 2004-2013 Stichting 'De Koepel' en Stichting Universum; © 2014-2017 Stichting Universum